WELKOM!
Om te beginnen. Dit was een opdracht voor mijn opleiding. Ik heb geen psychologie gestudeerd. Hier mag van alles gaan gebeuren. Door mij en door u, de mensen van mijn studiegroep. We zien wel wat het wordt.
Het is werk in uitvoering. Hier staan korte bespiegelingen gericht op mijn studie, om precies te zijn op een klein onderzoekje om antwoord te krijgen op drie onderzoeksvragen met betrekking tot jeugdcultuur:
Wat is een peergroup en waarom ontstaat deze?
Wat is de rol hierin van de adolescent? Wat zijn voor- en nadelen van een peergroup?
De antwoorden komen nog.
Denk ik. Ik ben zelf overigens ook een deel van een peergroup. En zodra ik weet welke laat ik het u ook weten !

maandag 7 februari 2011

Over de stelling; Jeugdcultuur, tegencultuur?


Inmiddels is mijn boek over jongeren gearriveerd.
Leefwerelden van Jongeren geschreven door Hermes, Naber en Dieleman, uitgegeven in 2007.
Er staan nogal wat open deuren in, vooral in het begin, ik denk dat je daar niet onder uit komt.
Natuurlijk staat er veel bekends in, we zijn immers allemaal ooit 'een jongere' geweest, en we maken allemaal deel uit van groepen.
De taal van het boek is bovendien bij tijd en wijle wat stroef en braaf.
Ik begin nu echter bij een interessanter stuk te komen waarin ik toch best wel de jongeren waar ik mee werk herken.
Ik zag het eigenlijk niet meer zo sterk, groepen of subculturen waar mensen bij willen horen, op de scholen waar ik rondloop, dat lijkt een beetje niet meer van deze tijd.
Alsof jongeren het niet meer zo belangrijk vinden.
Ik werk met risico-jongeren, een groep van ongeveer zeventig jongeren die zich al 'heel erg los van de rest' voelen.
Dus het is de vraag of dit werk een goed referentiekader is, want wellicht vinden ze het stiekem toch veel belangrijker dan ze op onze school laten blijken.
Maar dat is psychologie van de koude grond en daar heb ik niet voor geleerd...
Wel zie ik om me heen dat (jonge) mensen daadwerkelijk veel meer mixen en matchen, shoppen bij verschillende subculturen en zich in meerdere groepen, met verschillende identiteiten ook, thuis voelen.
En ik neem aan dat ze dezelfde identificatie en veiligheid zoeken als vanouds, maar de manier waarop ze dat doen verandert de laatste jaren door verschillende definities van netwerken.

Dat er nog best een paar sterk afgebakende subculturen zijn komt misschien vooral omdat die voor mijn gevoel grotendeels worden bevolkt door twintigers, dertigers en zelfs veertigers die zich daar nog in thuis weten en daar meer zelf een punt van lijken te willen maken.
Dat jongeren het tegenwoordig zo losjes aanpakken zegt misschien ook meer over wat men tegenwoordig onder een groep verstaat.
Het karakter van 'een groep' is veranderd, waardoor ook de redenen om voor een groep te kiezen, en de jongeren zelf zijn mee veranderd.
Vroeger, begin jaren 80, waren er heel erg duidelijke groepen, met een strikte dresscode, duidelijke gedragscodes en een vaststaande muzieksmaak waar niemand binnen de groep van afweek.
Je was een kakker, een punk, een new-waver (nu een alto of emo), een hardrocker of een streber (een stuudje of nerd ), gabbers bestonden bovendien nog niet, de XTC was nog maar net in opkomst...
Er leek niets tussen deze groepen in te zitten, en bij een groep horen, en dat drukte je met name uit door de kleding die erbij hoorde, leek een zaak van levensbelang voor velen om mij heen.

Die keuze bepaalde tenslotte waar je uitging, waar je je inkopen deed, je geld aan uitgaf.
Doordat ik vaak van school was gewisseld, had ik heel erg veel sociale contacten en kiezen voor een bepaalde 'stijl-groep' leek zonde van mijn tijd.
Ik maakte er juist een punt van bij geen enkele groep te willen horen, en juist daardoor hoorde ik bij een groep, namelijk die van 'de mensen die hun best deden bij geen enkele groep te horen', die in de jaren 90 kennelijk een soort van trend zette.
Want juist deze houding, in verschillende subculturen thuis willen zijn, is nu dus een subcultuur op zich geworden.
Het boek laat zien waarom en waarop jongeren van tegenwoordig groepen (en dit zijn heus niet altijd subculturen) selecteren, wat ze er hopen te vinden en wat het ze daadwerkelijk oplevert.
Het lezen ervan roept ondertussen veel vergelijkingen met mijn eigen pubertijd en adolescentie op...Dat is ook mooi.
Ik merk dat volwassenen die niet met jongeren werken de neiging hebben om elke uiting van jeugdcultuur te zien als een tegencultuur.
Jongeren zetten zich af tegen volwassenen, maar zijn vaak toch nog in dezelfde vijver aan het vissen als het gaat om normen en waarden.
Meestal zijn jongeren toch een afspiegeling van hun thuisfront, en zoeken ze mensen op die uit soortgelijke verhoudingen komen.
Het zijn over het algemeen geen jongeren die zich bewust vanuit een besef van hun positie als bijvoorbeeld arbeidersklasse afzetten tegen de maatschappij of de wereld van hun opvoeders.
Maar omdat volwassenen de helft van de tijd in een andere belevingswereld zitten, die van werk, zorgen en plichten, zijn jongeren een groep geworden die ze niet meer begrijpen, en waar ze ook slecht mee communiceren.
Er zijn maar weinig echte tegenculturen, en nog minder politiek gestuurde tegenculturen zijn er te vinden onder jongeren.
Alternatief, ja, maar niet persé tegen de wereld.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen